• Legato Advocaten

Invorderen van facturen: nieuwe wettelijke procedure

Bijgewerkt: 20 jun 2019



Op 2 juli 2016 trad een nieuwe wettelijke procedure in werking die het invorderen van onbetwiste geldschulden tussen ondernemingen efficiënter, sneller en goedkoper moet maken. Waar een gerechtelijke procedure voorheen nog noodzakelijk was om gedwongen betaling van openstaande facturen te verkrijgen, is de nieuwe procedure eerder administratief van aard en komt de rechtbank principieel niet meer tussen. Hoe werkt deze nieuwe procedure? Komt uw onderneming ervoor in aanmerking? Wat zijn de voor- en nadelen?

I. Waarom deze nieuwe procedure?

1. De rechtbanken van koophandel worden overstelpt met procedures die strekken tot de veroordeling van wanbetalers om onbetwiste facturen te betalen. De toevloed van deze dossiers belast de werking van de rechtbanken en zorgt voor een vertraagde behandeling van de “echte” commerciële geschillen.

Vanuit die optiek werd een nieuwe invorderingsprocedure in het leven geroepen die niet alleen de gerechtelijke achterstand moet aanpakken, maar die het invorderen van commerciële schulden (B2B) tegelijk efficiënter, sneller en goedkoper zou moeten maken.

2. De introductie van de nieuwe procedure volgt ook uit een verplichting vanuit Europa om snelle en efficiënte invorderingsprocedures te voorzien voor vorderingen tussen ondernemingen, ongeacht het verschuldigde bedrag.

II. Vervanging van de gerechtelijke fase

3. Een traditioneel incassodossier bestaat uit , nl. , waarbij de onderneming en haar advocaat buiten de rechtbank om betaling proberen te bekomen van de schuldenaar, , wanneer de minnelijke fase geen soelaas biedt en die leidt tot een veroordelend vonnis, en , waarbij de gerechtsdeurwaarder beslag- en dwangmaatregelen onderneemt om het vonnis te doen respecteren.

Waar de gerechtelijke fase, bestaat uit het betekenen van een dagvaarding, het inleiden van de zaak bij de bevoegde rechtbank van Koophandel en het uitspreken van een veroordelend vonnis door een rechtbank, hoeft u in de nieuwe procedure niet langer bij de rechtbank te passeren.

De nieuwe procedure biedt dus een alternatief voor de tweede, gerechtelijke fase en leidt ook tot een uitvoerbare titel, waarmee de gerechtsdeurwaarder bijv. uitvoerend beslag kan leggen.

III. Welke vorderingen kan u innen via de nieuwe procedure?

4. De nieuwe procedure kan worden toegepast op onbetwiste geldschulden, die vaststaand en opeisbaar zijn. Men kan via de procedure niet gedwongen worden om bijv. een bepaalde prestatie te leveren. Bovendien moet het bedrag van de schuld vastgesteld zijn (vaststaand) en moet de schuld onmiddellijk opgeëist kunnen worden, oftewel vervallen zijn.

Tenslotte kan de procedure enkel in een relatie tussen twee ondernemingen (B2B) worden toegepast:

  • Publieke overheden zijn uitgesloten van de procedure;

  • De schuldeiser en de schuldenaar moeten minstens een inschrijving hebben in de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO);

  • De schulden moeten zijn ontstaan uit handelingen in het kader van de activiteit van de onderneming. Particuliere schulden vallen uit de boot.

  • Enkel schulden uit overeenkomst komen in aanmerking. Buitencontractuele geldvorderingen (bijv. een vordering tot schadevergoeding wegens een ongeval) komen dus niet aanmerking, tenzij daar voorafgaand een overeenkomst over gesloten werd of tenzij de schuld is ontstaan uit een mede-eigendom van goederen.

Een combinatie van al deze voorwaarden doet besluiten dat het vooral vervallen en onbetwiste facturen wegens commerciële transacties tussen ondernemingen zullen zijn, waarvoor de nieuwe procedure het vaakst zal worden toegepast.

5. Of de partijen ook handelaar of handelsonderneming zijn, is niet van belang. De commerciële wetgeving vervangt stilaan het begrip “handelaar” door het begrip “onderneming”, waardoor ook burgerlijke ondernemingen, landbouwers, vrije beroepen, … onder toepassing van de nieuwe procedure vallen.

6. De wet verduidelijkt verder dat schulden van of tegenover een faillissement, gerechtelijke reorganisatie, collectieve schuldenregeling of andere vormen van wettelijke samenloop zijn uitgesloten. Dat is logisch omdat deze wetgevingen in afzonderlijke mechanismen voorzien om schuldvorderingen aan te geven.

IV. Hoe werkt de procedure?

7. De nieuwe procedure is uitsluitend . De advocaat zal eerst beoordelen of uw vordering in aanmerking komt als “onbetwiste schuld” en of de toepassingsvoorwaarden vervuld zijn.

Indien dat het geval is, kan de advocaat een gerechtsdeurwaarder opdracht geven om de vereenvoudigde procedure op te starten.

De gerechtsdeurwaarder zal eerst een aanmaning tot betalen moeten betekenen aan de schuldenaar. Deze aanmaning moet voldoen aan welbepaalde wettelijke vereisten en wordt normalerwijze persoonlijk aan de schuldenaar overhandigd.

De aanmaning bevat een afschrift van de bewijsstukken waarover de schuldeiser beschikt, en een antwoordformulier dat de schuldenaar kan gebruiken om de schuld te betwisten.

8. Vanaf het betekenen van de aanmaning, beschikt de schuldenaar over één maand waarbinnen hij de schuld kan betalen, kan betwisten of een afbetalingsplan kan aanvragen.

Indien de schuld onmiddellijk wordt betaald, zal de procedure om evidente redenen beëindigd zijn.

Ook wanneer de schuld wordt betwist, zal de procedure noodgedwongen een einde nemen. Immers betreft het, in dat geval, geen onbetwiste schuldvordering en kan de vereenvoudigde procedure niet worden voortgezet. De schuldeiser zal dan, alsnog, moeten overgaan tot een dagvaarding voor de bevoegde rechtbank en een traditionele procedure moeten voeren om betaling te verkrijgen.

De schuldenaar kan de schuld betwisten door het antwoordformulier, tegen ontvangstbewijs, aan de gerechtsdeurwaarder terug te bezorgen.

Indien de schuldenaar en de schuldeiser een afbetalingsplan overeenkomen, wordt de procedure voorlopig geschorst, in afwachting van de naleving van de gemaakte afspraken.

9. Wanneer de schuldenaar geen betwisting voert, niet tot volledige betaling overgaat en evenmin om een afbetalingsplan vraagt (of dat niet naleeft), kan de gerechtsdeurwaarder ten vroegste één maand en acht dagen na de betekening van de aanmaning, een proces-verbaal van niet-betwisting opstellen.

De gerechtsdeurwaarder maakt dit proces-verbaal over aan een Magistraat van het Beheers-en Toezichtscomité bij het Centraal Bestand voor Beslagberichten (CBB), die het proces-verbaal uitvoerbaar kan verklaren.

Een uitvoerbaar verklaard proces-verbaal is (net zoals een vonnis) een uitvoerbare titel, op basis waarvan de gerechtsdeurwaarder dwangmaatregelen, zoals beslag, kan ondernemen. Vanaf dat punt start de klassieke uitvoeringsfase.

10. Schematisch en chronologisch, ziet de procedure eruit als volgt:


V. Wat met verhogingsbedingen?

11. Ook de contractuele verhogingsbedingen (forfaitaire schadevergoeding voor invorderingskosten en nalatigheidsinteresten) kunnen ingevorderd worden via de nieuwe, vereenvoudigde procedure. Toch blijkt dit een heikel punt. Zo blijken verschillende instanties van mening te verschillen over de omvang van de verhogingsbedingen die geïnd kunnen worden via de nieuwe procedure.

De wet omschrijft het als volgt:

Elke onbetwiste schuld […] kan, ongeacht het bedrag ervan, vermeerderd met de verhogingen waarin de wet voorziet en de invorderingskosten alsmede, in voorkomend geval en ten belope van ten hoogste 10% van de hoofdsom van de schuld, alle interesten en strafbedingen, in naam en voor rekening van de schuldeiser op verzoek van de advocaat van de schuldeisers door een gerechtsdeurwaarder worden ingevorderd […]

Sommigen zijn van oordeel dat u met de vereenvoudigde procedure slechts maximaal 10% van de hoofdsom extra kan invorderen, bovenop het factuurbedrag.

Dit zou betekenen dat wie de vereenvoudigde procedure gebruikt, minder kan innen dan degene die zich tot de rechtbank wendt. De Limburgse rechtbanken van koophandel en, bij uitbreiding ook de rechtbanken van Antwerpen, Mechelen en Turnhout kennen immers zowel de nalatigheidsinteresten aan de wettelijke interestvoet van 8,50% per jaar toe, als een forfaitaire schadevergoeding van 10% van het factuurbedrag.

12. De omschrijving in de wet is o.i. nochtans duidelijk. Het factuurbedrag kan worden vermeerderd met:

  • verhogingen waarin de wet voorziet;

  • de invorderingskosten;

  • in voorkomend geval en voor ten hoogste 10% van de hoofdsom, alle interesten en strafbedingen;

Nalatigheidsinteresten zijn verhogingen waarin de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties uitdrukkelijk voorziet. Zij zijn krachtens de wet automatisch verschuldigd van zodra de betalingstermijn verstreken is. Bijgevolg zijn deze nalatigheidsinteresten, net zomin als de invorderingskosten, onderworpen aan het maximum van 10% van de hoofdsom (dat van toepassing is op contractuele verhogingen).

Wij zijn derhalve van oordeel dat u, ook bij de nieuwe procedure, kan overgaan tot de invordering van de factuur in hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke nalatigheidsinteresten en met een schadebeding van 10% van het factuurbedrag.

13. Er bestaat uiteraard nog geen rechtspraak over de interpretatie van de nieuwe wet. De tijd zal moeten uitwijzen welk standpunt de rechtbanken hierover zullen innemen.

VI. Goedkoper, sneller en efficiënter?

14. Ongetwijfeld biedt deze vereenvoudigde procedure een aantal . Of de nieuwe procedure daadwerkelijk een succes wordt, is voorlopig nog niet zeker. Immers zijn er nog enkele onduidelijkheden en zijn er waarborgen ingebouwd die de populariteit van dit nieuwe incassomiddel mogelijk zullen afremmen.

Goedkoper?

15. Wanneer de invordering volledig gebeurt op basis van deze administratieve procedure, liggen de invorderingskosten een stuk lager. De gerechtsdeurwaarderskosten liggen minder hoog dan de kosten bij dagvaarding en betekening van een vonnis. Uw onderneming lijkt dus te besparen op de gerechtsdeurwaarderskosten.

Toch betekent de goedkopere manier van invorderen vooral een besparing voor de debiteur. Immers vallen gerechts- en uitvoeringskosten steeds ten laste van de schuldenaar. De goedkopere manier van invorderen zal dus enkel leiden tot een lager risico voor de schuldeiser, die minder kosten moet voorschieten.

De toepassing van de procedure garandeert ook geen goedkoper invorderingsproces. Wanneer de debiteur het antwoordformulier aan de gerechtsdeurwaarder bezorgt en de vordering betwist, stopt de vereenvoudigde procedure en moet de schuldeiser een traditionele procedure opstarten. In dat geval moet u zowel de kosten van de aanmaning, als de gerechtskosten van de traditionele procedure voorschieten, en zal het volledige invorderingsproces duurder uitvallen.

Sneller?

16. De procedure kan leiden tot een snellere betaling. Eerst en vooral wordt de debiteur sneller geconfronteerd met een gerechtsdeurwaarder, die hem vaak persoonlijk uitleg kan geven over de gevolgen van een verdere wanbetaling. Bovendien beschikt u na één maand en acht dagen over een proces-verbaal van niet-betwisting.

Na het opstellen van het proces-verbaal van niet-betwisting, heeft u echter nog geen uitvoerbare titel. Het proces-verbaal moet uitvoerbaar worden verklaard door een Magistraat bij het CBB. Voor die uitvoerbaarverklaring is geen wettelijke termijn voorzien. Bovendien zijn er slechts twee magistraten voor het Nederlandstalige landsgedeelte aangeduid, en twee magistraten voor het Franstalige landsgedeelte. Hoewel deze uitvoerbaarverklaring zal gebeuren via een informaticatoepassing, toegankelijk voor de gerechtsdeurwaarders, lijken twee magistraten per landsgedeelte, erg weinig. Vermits er geen wettelijke termijn is opgelegd voor deze uitvoerbaarverklaring, is er geen garantie op een snellere procedure.

In een ideale wereld zou u pakweg één maand en tien dagen na de betekening van de aanmaning kunnen aanvatten met dwangmaatregelen. In een klassieke procedure verlopen er bijna twee maanden tussen de dagvaarding en de aflevering van een uitvoerbare titel. Van zodra er vertraging optreedt in de uitvoerbaarverklaring van het pv van niet-betwisting, dreigt de versnelling dus verloren te gaan.

17. Indien de nieuwe procedure succesvol blijkt, zal de rechtbank van koophandel wel voor een groot stuk ontlast worden, wat bijdraagt tot een snellere afhandeling van uw andere commerciële geschillen.

Efficiënter?

18. In vele gevallen is de tussenkomst van een rechtbank inderdaad overbodig bij het innen van onbetwiste facturen. Op die manier is een administratieve invorderingsprocedure dan ook zeker efficiënter.

19. In de traditionele procedure worden heel wat facturen nooit betwist. In de vereenvoudigde procedure, ontvangt de debiteur met de aanmaning, echter meteen ook een standaardformulier om de vordering te betwisten. Hij moet dit enkel invullen en aan de gerechtsdeurwaarder bezorgen. De vrees bestaat dat debiteuren hierdoor sneller en meer betwisting zullen voeren dan in de traditionele procedure.

Bovendien voorziet de nieuwe wet ook een mogelijkheid voor de debiteur om de gedwongen uitvoering op basis van een uitvoerbaar pv van niet-betwisting nog te schorsen door zelf een vordering aanhangig te maken bij de bevoegde rechter ten gronde. Het valt te betreuren dat een debiteur, die reeds een maand de tijd geboden kreeg om te reageren op de aanmaning, en daarvoor zelfs over een standaardformulier beschikt, toch nog de mogelijkheid krijgt om bijv. een beslag te blokkeren door alsnog zelf naar de rechter te trekken.

Op die manier biedt een uitvoerbaar vonnis nog steeds meer waarborgen dan een uitvoerbaar pv van niet-betwisting aangezien een uitvoerbaar vonnis, vanaf één maand na haar betekening, onherroepelijk wordt, terwijl het pv van niet-betwisting in elke fase van de procedure, en dus geruime tijd na de uitvoerbaarverklaring ervan, alsnog betwist kan worden.

VII. Besluit

20. De vereenvoudigde invorderingsprocedure is een bijkomend hulpmiddel voor advocaten om onbetwiste facturen te innen, zonder tussenkomst van een rechtbank. Dit instrument blijft bestaan naast de traditionele mogelijkheid om geldschulden via de rechtbank in te vorderen.

Een efficiënte toepassing van de procedure kan leiden tot een snellere en goedkopere invordering. Er bestaan echter nog heel wat onduidelijkheden over de interpretatie en praktische toepassing van de wet. De toekomst zal moeten uitwijzen of deze procedure inderdaad sneller en goedkoper is, wat meteen ook zal beslissen over haar populariteit.

Voorlopig weegt Legato Advocaten in elk dossier de voordelen en mogelijke risico's van de nieuwe procedure tegen elkaar af. Wij houden u bovendien op de hoogte over nieuwe ontwikkelingen op dit vlak.

Legato Advocaten

www.legato-advocaten.be

Gouverneur Roppesingel 83 | 3500 Hasselt | Belgium

T. +32 (0)11/494.204 | F. +32 (0)11/494.205 | info@legato-advocaten.be


  • Google+ Social Icon
  • Facebook Social Icon
  • LinkedIn Social Icon

© 2018

Legato Advocaten

Langveldstraat 56 | 3570 Alken| Belgium